De Polder revitaliseert zichzelf: "Een nieuw huis van sociale zekerheid?

Zeer recent stond in het Financieel Dagblad een pleidooi van Harry van de Kraats, voorzitter van de AWVN,  voor een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor ZZP’ers. In hetzelfde blad breekt hij een lans voor de vakbonden die nodig zijn voor het duurzaam functioneren van het poldermodel. Verderop in het blad gaat hij in op de pensioenhervorming en een nieuw “huis van sociale zekerheid”. Wat hij daarmee bedoelt, is niet geheel duidelijk, maar ik zal hier een poging doen om het beeld wat concreter te maken.
 
Het idee van Van de Kraats is waarschijnlijk gebaseerd op het verlangen betaalbare collectieve voorzieningen overeind te houden die een zekere inkomensgarantie kunnen bieden aan werkenden (niet alleen werknemers) wanneer hun inkomen in gevaar komt door verminderde inzetbaarheid en werkloosheid. Al enige tijd circuleren er in kringen van hoogleraren en SER-kroonleden plannen die moeten gaan leiden tot een recollectivering van de sociale zekerheid volgens het cafetaria- of cappuccinomodel, zoals dat vaak wordt genoemd. Bijna al die plannen gaan uit van een basis bestaande uit collectieve regelingen en mogelijkheden om daar bovenop bedrijfs-(tak) en individueel niveau bij te verzekeren. Van de Kraats lijkt ook een poging te doen om de voorzieningen voor werknemers en ZZP’ers op elkaar af te stemmen en zo de kloof tussen deze groepen werkenden te verminderen. Of hem dat door de huidige ZZP’ers in dank afgenomen zal worden, valt te betwijfelen.
 
Maar die weerstand bij de ZZP’ers lijkt niet zozeer gestoeld te zijn op principiële bezwaren, maar op de angst voor hogere lasten. Veel deskundigen wijzen terecht op het gevaar dat werkeloosheid en arbeidsongeschiktheid in slechtere tijden worden afgewenteld op de bijstand en dus op de belastingbetaler. Het is juist de betaalbaarheid van stelselwijzigingen die het huidige kabinet ervan heeft weten te weerhouden met plannen te komen om bijvoorbeeld de loondoorbetalingsverplichting te verminderen. Zeker omdat doorrekeningen van het CPB de complexiteit en de risico’s op lastenverhogingen aantoonden. Ook de ideeën om uitval van oudere medewerkers voor aanvang van pensioen op te vangen, zijn verschillend aan te vliegen, zowel vanuit WIA/WGA als vanuit pre-pensioen-invalshoek.  Ook dit betekent een verhoogde druk op de arbeidsongeschiktheidskassen dan wel de pensioenfondsen. Zowel bij het pensioendebat, als bij het debat over de arbeidsongeschiktheidsregelingen, neemt de minister een actief afwachtende houding aan en wacht tot sociale partners en andere stakeholders met initiatieven komen. Hij wordt deze week op zijn wenken bediend, want Edwin Velzel, bestuurder van PGGM, doet in het FD ook alweer een duit in het zakje. Al gaat zijn betoog primair over het pensioenstelsel, wil hij ook de sectoren in de zorg gaan helpen bij verzuim- en arbeidsongeschiktheidsproblemen. Het is dan ook opmerkelijk, of juist niet, dat Loyalis een dochteronderneming/verzekeraar van APG de laatste tijd eenzelfde ambitie aan de dag legt op het gebied van duurzame inzetbaarheid en flink investeert in marketing gericht op de sector Zorg en Welzijn.
 
Ook verzekeraars zonder publieke achtergrond lijken zich steeds meer bewust dat schadelastbeheersing en inkomensverzekeringen een riskmanagement benadering vereisen. Problemen op gebied verzuim en duurzame inzetbaarheid, die toenemen door vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt, vragen  om een aanpak waarbij moeilijk beheersbare risico’s door verzekeringen worden afgedekt, maar waarbij  preventie en management van duurzame inzetbaarheid deel uit maken van een zelfde arrangement.
 
Waar wijst dit op? Hebben de grote polderorganisaties op gebied van pensioen- en inkomensverzekeringen in het publieke domein en de private verzekeraars hun plannen voor de toekomst al klaar? Zien zij zichzelf als aanbieders van arrangementen op het gebied van risicobeheersing bij inzetbaarheidsvraagstukken? Arrangementen die kunnen bestaan uit combinaties van dienstverlening en verzekeringen (zowel collectief als individueel)? Gaan wij de wedergeboorte zien van op collectieve regelingen gebaseerde uitvoeringsorganisaties, een soort bedrijfsverenigingen nieuwe stijl?
 
Een voordeel hebben deze partijen wel op andere dienstverleners: zij beschikken namelijk over data. Het voorspellen en analyseren van risico’s is cruciaal als  het gaat om het in de markt zetten van dergelijke arrangementen. Een arbodienst als Human Total Care lijkt ook deze weg te zijn opgeslagen door zich sterk op IT te richten. Soms lijken deze partijen ambitie te hebben voor fullservice dienstverlening, maar is dat wel verstandig? En hoe houd je als onderneming of als branche regie, hoe maak je zelf de juiste keuzes? Hoe houd je controle over je data? Van wie zijn die eigenlijk? Hoe verhoudt dit zich tot  de AVG? Ligt hier een rol voor sociale partners en consumentenorganisaties om toezicht uit te oefenen? Als de FNV nu eindelijk het licht ziet, zou het best eens kunnen dat de polder zichzelf opnieuw uitvindt voor een duurzamer en toekomstbestendig “huis van sociale zekerheid”.
 
Reijer Pille
Directeur, Falke & Verbaan

Blended learning wordt goed ontvangen, Falke & Verbaan ontwikkelt door

Kiest u voor het realiseren van verzuimreductie en duurzame inzetbaarheid volgens de gedragsvisie én via een integrale benadering? Dan kan Falke & Verbaan u helpen bij het op orde krijgen van de randvoorwaarden.
Het trainen van leidinggevenden, HR professionals  en medewerkers is een belangrijke voorwaarde om deze doelstellingen te bereiken. Bewustwording dat inzetbaar zijn en blijven over een reeks keuzes en keuzeprocessen gaat die met leren en ontwikkelen, leefstijl, werkprivé balans en productiviteit te maken hebben en daarover de dialoog aangaan vanuit goed werkgevers- en werknemersschap, vergt kennis en vaardigheden.
 
Blended Learning bij Falke & Verbaan
Gedragsverandering gaat niet van het ene op het andere moment: een leeromgeving, gelegenheid en tijd om te experimenteren is daarvoor nodig. Falke & Verbaan gebruikt een blended vorm van leren waarbij men klassikaal kan leren en achteraf op de werkplek en/of thuis online kan blijven oefenen. Deze vorm van leren verhoogt de leerimpact en zorgt voor borging van het gedragsmodel in uw organisatie.
De online leeromgeving van de Falke & Verbaan academie bestaat uit een bibliotheek met kennisvragen, praktische opdrachten en videorollenspellen over diverse thema’s zoals verzuim, duurzame inzetbaarheid en privacy.
 
Meer informatie
Wilt u een indruk krijgen van de opzet, inhoud en mogelijkheden van blended learning bij Falke & Verbaan kom dan naar een gratis miniconferentie of vraag een demo aan van de online leeromgeving. Mocht u in de tussentijd meer informatie willen over hoe de inzet van blended learning uw organisatie kan helpen, neem dan contact met ons op via 035 6997100. Wij helpen u graag!

Nieuwe lichting afgestudeerde Sociaal Bedrijfskundig Adviseurs (RSBA's)

Op donderdag 8 maart jl. heeft Falke & Verbaan wederom 7 nieuwe diploma’s uitgereikt aan de geslaagden van de Leergang Register Sociaal Bedrijfskundig Adviseur (RSBA). 
 
Sinds 2015 leidt Falke Verbaan in samenwerking met de Stichting RSBA adviseurs, casemanagers, arbeidsdeskundigen en andere professionals op tot Sociaal Bedrijfskundig Adviseur. De rol van de RSBA overstijgt die van andere professionals die zich richten op diverse deelgebieden van inzetbaarheid en arbeidsongeschiktheid.
 
Afgestudeerd, en dan?
De Sociaal Bedrijfskundig Adviseur is de drijvende kracht achter adviezen die kunnen leiden tot organisatieveranderingen. Na afloop van de opleiding is men in staat elk inzetbaarheidsvraagstuk vanuit een helicopterview te benaderen, met aandacht voor gedrag en keuzeprocessen, wet- en regelgeving, bedrijfskundige afwegingen en de belangen van werkgever en werknemer.
 
 
Over de leergang
De leergang RSBA is opgebouwd uit 18 lesdagen verdeeld over een jaar. Onderwerpen die aan bod komen zijn: veranderkunde, duurzame inzetbaarheid, re-integratie, wet- en regelgeving, preventie, riskmanagement en adviesvaardigheden. De docenten zijn experts op hun vakgebied en veelgevraagd spreker en/of trainer.
 
Meer informatie kunt u vinden op onze website www.falkeverbaan.nl/leergangrsba.
 
Heeft u nog vragen, neem dan contact opnemen met de Falke & Verbaan Academie via 035 6997100.

Wat is er met de WIA aan de hand?

De WIA-instroom is in 2016 met 13% gestegen ten opzichte van 2015. Dat is de grootste WIA-stijging sinds 2010. Het UWV onderzoekt wat de belangrijkste oorzaken zijn van deze stijging en voor zover nu bekend is de stijging voor ruim 25% te verklaren door een toename van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers in combinatie met de stijging van de gemiddelde leeftijd van deze groep. Het aantal 60-plussers in loondienst en WW’ers is tussen 2012 en 2014 toegenomen van 394.000 naar 474.000 en in 10 jaar tijd is de gemiddelde uittreedleeftijd van 61 jaar naar 64 jaar en 5 maanden gestegen. Dit heeft tot gevolg dat de WIA-instroom van 60-plussers tussen 2014 en 2016 met bijna 30% is gestegen van 5.289 naar 7.551. De afgelopen jaren zijn er dus steeds meer ouderen, met een grotere kans op arbeidsongeschiktheid, actief op de arbeidsmarkt. Een reden om de ontwikkeling van de WIA-instroom van oudere werknemers nauwlettend in de gaten te houden, aldus Minister Koolmees van Sociale Zaken en werkgelegenheid in zijn kamerbrief van afgelopen december.

 

Wat kunnen werkgevers en werknemers hieraan doen?

Het is essentieel dat werkgevers en werknemers een cultuur creëren om duurzame inzetbaarheid bespreekbaar te maken. Duurzame inzetbaarheid gaat niet alleen over een goede gezondheid of kennis en vaardigheden op peil houden, maar is vooral een kwestie van het verbeteren van de dialoog tussen werkgever en werknemer ten aanzien van gedrag en inzetbaarheid. Zoals Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in zijn kamerbrief benadrukt, is het belang van investeren in duurzame inzetbaarheid onverminderd groot. Steeds meer bedrijven en ook werkgevers- en werknemersorganisaties nemen maatregelen om daadwerkelijk een cultuurverandering binnen organisaties te laten plaatsvinden op het gebied van duurzame inzetbaarheid. Vaak ontbreekt het organisaties aan effectieve maatregelen die maken dat medewerkers echt productiever, gezonder en met meer plezier aan het werk gaan en blijven. Eén panklare oplossing lijkt er simpelweg niet te zijn en de oplossing lijkt vooral te zitten in het bieden van maatwerk. Uiteindelijk is het optimaliseren van de balans tussen werk en persoon – ofwel het verhogen van werkplezier en de aansluiting met de arbeidsmarkt– de sleutel tot succes.

Landelijke pool bedrijfsartsen second opinion van start

Werknemers die een second opinion over het advies van hun bedrijfsarts willen, kunnen hiervoor voortaan terecht bij de landelijke pool bedrijfsartsen second opinion. Een team van gespecialiseerde bedrijfsartsen zorgt voor een kwalitatieve en onafhankelijke uitvoering van second opinions. Werknemers kunnen via de pool zelf de second opinion bedrijfsarts van hun voorkeur kiezen en werkgevers hebben met deze mogelijkheid de second opinion goed vastgelegd in de contracten met hun arbodienst of bedrijfsarts.

 

De landelijke pool bedrijfsartsen second opinion (LPBSO) is een uniek samenwerkingsverband tussen OVAL, KoM en ZFB. De leden van deze organisaties vormen een grote groep van arbodiensten en zelfstandig werkende bedrijfsartsen. De NVAB ondersteunt de LPBSO. Met deze landelijke pool is een centraal punt ingericht voor het uitvoeren van second opinions voor de miljoenen werknemers van organisaties die klant zijn bij één van de deelnemende arbodiensten of bedrijfsartsen. De second opinions worden uitgevoerd door een team van ervaren, gespecialiseerde bedrijfsartsen.

 

Sinds 1 juli 2017 heeft iedere werknemer het recht om een second opinion op het advies van de bedrijfsarts aan te vragen. Deze second opinion moet bij de eigen bedrijfsarts worden aangevraagd en wordt uitgevoerd door een andere bedrijfsarts die niet werkzaam is bij dezelfde arbodienst. Op de website van de landelijke pool zijn de profielen, regio’s en specialisaties van de bedrijfsartsen second opinion te vinden. Dit biedt werknemers een helder overzicht om in overleg met de eigen bedrijfsarts een keuze te maken voor een second opinion bedrijfsarts. Op de website is ook informatie over de aanvraagprocedure te vinden en zijn de antwoorden op veel gestelde vragen opgenomen.