Nieuws
Bureau Beroepsziekten FNV pakt nalatige Arbo Unie aan: 42.500 euro schadevergoeding
Bureau Beroepsziekten FNV (BBZ) heeft een schadevergoeding van 42.500 euro bedongen voor een werknemer met RSI. Door langdurig en onafgebroken beeldschermwerk in combinatie met hoge werkdruk raakte de man gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Pijnlijk aspect in deze zaak is dat de werknemer in dienst was van de Arbo Unie te Breda, een bedrijf dat geacht wordt langdurig zieke werknemers weer naar werk te begeleiden.
De computer-operator kwam in 1998 in dienst van de arbodienst, waar hij opklom tot hoofd ICT. Vijf tot zes uur zonder pauzes achter een computer waar bovendien in ergonomische zin veel op aan te merken was. Hetzelfde gold voor zijn bureau en stoel. De ict-er moest veelvuldig overwerken en stond onder hoge werkdruk, mede veroorzaakt door de slechte financiële positie van het bedrijf.
In 2001 ontstaan de eerste klachten, die door de bedrijfsarts worden omschreven als RSI van pols en hand. En in 2003 worden de klachten door de verzekeringsarts gediagnosticeerd als RSI in de schouder en bovenarm. Gedurende de hele ziekteperiode laat de werkgever na maatregelen te nemen om de werkplek te verbeteren. Ook de begeleiding deugt niet: tijdens de re-integratie wordt de man gevraagd over te werken en werk mee naar huis te nemen. Begeleiding naar een passende functie blijft ook achterwege.
Eind 2003 belandt de nu 50-jarige werknemer gedeeltelijk in de WAO (55-65%). Hij meldt zich bij Bureau Beroepsziekten FNV, dat de werkgever aansprakelijk stelt. Dat leidt uiteindelijk tot een schikking met de verzekeraar van de Arbo Unie.
BBZ-directeur Marian Schaapman: “Op zich gaat het hier om een klassiek geval van RSI. Je zou toch van een arbodienst verwachten dat ze dit goed oppikken. Daarom is de opstelling van Arbo Unie des te bedenkelijker.”
Bron: fnv.nl - 4 oktober 2011
Bedrijfsarts moet sneller doorverwijzen
Zorgverzekeraars moeten specialistische zorg royaler vergoeden als de bedrijfsarts daar om vraagt. Verder moeten huisartsen, maar ook bijvoorbeeld fysiotherapeuten, een grotere rol spelen bij het gezond houden van werknemers.
Dat schrijven staatssecretaris De Krom (sociale zaken) en minister Schippers (volksgezondheid) in hun reactie op het Astri-rapport, dat afgelopen zomer talloze gebreken in de bedrijfsgeneeskundige zorg aan het licht bracht.
De Krom en Schippers veroordeelden al eerder de gesignaleerde schendingen van het medisch beroepsgeheim. Nu laten ze weten dat ze de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) hebben gevraagd hier extra alert op te zijn. Ook moet de IGZ, samen met de Arbeidsinspectie, erop toezien dat arboartsen zich niet uitgeven voor bedrijfsartsen. Arboartsen zijn basisartsen, bedrijfsartsen hebben zich na hun basisopleiding gespecialiseerd.
Dat bedrijfsartsen onder druk worden gezet, bijvoorbeeld als een werkgever een werknemer sneller gezond verklaard wil hebben, is vooral een zaak van de beroepsgroep en artsenfederatie KNMG, vindt het kabinet. Zij moeten dus samen bedenken hoe collega's, wier onafhankelijkheid wordt beproefd, ondersteund en geadviseerd kunnen worden.
De bedrijfsarts moet verder werknemers gemakkelijker kunnen doorverwijzen naar bijvoorbeeld medisch specialist, psycholoog of psychiater. 'Nu blijkt het weleens lastig te verwijzen naar een passend zorgaanbod', aldus de brief aan de Tweede Kamer.
Zorgverzekeraars willen zo'n verwijzing lang niet altijd betalen, omdat bedrijfsartsen sinds de nieuwe zorgverzekeringswet uit 2006 niet meer zelfstandig mogen doorverwijzen. 'We zullen overleggen met de zorgverzekeraars over deze signalen', aldus De Krom en Schippers.
De bewindslieden willen dat bedrijfsgeneeskundige zorg niet het exclusieve domein blijft van sociale partners, bedrijfsartsen en arbodiensten. 'Wij zouden hier een vierde actor aan willen toevoegen: de huisartsen dan wel de (bredere) zorgsector.'
Zo helpt goed overleg tussen verloskundigen en bedrijfsartsen om aanstaande moeders beter op hun werk te begeleiden, denkt het kabinet. Daarbij zal worden samengewerkt met het College Perinatale Zorg. Dat college moet regelen dat verschillende zorgverleners beter samenwerken om bijvoorbeeld het relatief hoge sterftecijfer voor en na de bevalling te verminderen.
Bron: Trouw.nl - 30 september 2011

