Nieuws
Onderzoek onder bedrijfsartsen: splitsing functie bedrijfsarts
Onlangs heeft u in de media kunnen vernemen dat de FNV en nu ook de PvdA pleit voor de introductie van een werknemersarts die zich uitsluitend zou moeten bezig houden met de arbeidsgeneeskundige zorg voor werknemers. De NVAB heeft daarnaast voorstel gedaan voor een splitsing van financiering van de bedrijfsarts.
De NVAB maakt zich ook zorgen over de onafhankelijke positie van de bedrijfsarts. Ook de NVAB zou voorstander zijn van co-financiering van de verzuimbegeleidingstaken en preventieve taken vanuit een onafhankelijk fonds of de Zorgverzekeringswet. Hierdoor betaalt de werkgever alleen nog voor de directe advisering aan het management.
In tegenstelling tot de PvdA acht de NVAB het niet nodig om deze taken wettelijk te scheiden. Het is niet onlogisch dat deze nieuwe voorstellen plaatsvinden in een tijd dat er wordt nagedacht over de preventieve geneeskundige zorg voor alle Nederlanders. De gevolgen van een ongezonde levensstijl in de vorm van overgewicht, diabetes, hart en vaatziekten doen zich steeds meer gelden en zal in combinatie met de vergrijzing de kosten in de zorg doen toenemen.
Alle Nederlanders hebben een huisarts. Alle werkenden in loondienst hebben ook een bedrijfsarts, maar zzp-ers, mantelzorgers en studenten hebben dat niet. De NVAB wil ook die doelgroepen gaan bereiken met onafhankelijke bedrijfsgezondheidszorg. Andere partijen waarschuwen voor verdergaande medicalisering en onnodige kostenstijging. Men twijfelt openlijk aan de centrale rol van de bedrijfsarts bij verzuim en de preventie van beroepsziekten.
Kijken we naar de meeste landen in Europa (m.n. het Rijnlandse model van sociale zekerheid in Belgie, Frankrijk en Duitsland) dan zien we dat de bedrijfsarts zich daar hoofdzakelijk bezighoudt met preventie, keuringen en gezondheidsrisico’s op de werkplek. Verzuimbegeleidingstaken horen daar niet bij en vaak is sprake van een wettelijke scheiding. Advisering door de bedrijfsarts aan het management bij verzuim is er dan ook niet toegestaan.
In feite was dit voor de privatisering van de Ziektewet in 1994 in Nederland ook het geval. Het is dan ook in de ogen van veel partijen een stap terug als de werkgever zijn verantwoordelijkheid voor de loondoorbetaling bij ziekteverzuim niet meer kan combineren met grip op de inzet van de bedrijfsarts.
Onlangs organiseerde Falke & Verbaan en Immediator een Lagerhuisdebat over dit onderwerp. Tijdens dit debat waar zowel relaties en bedrijfsartsen als de NVAB en de FNV aanwezig waren viel op dat er fundamenteel verschillend gedacht over deze onderwerpen, met name ook onder de aanwezige bedrijfsartsen.
Vervolgens is een onderzoek gehouden onder de beroepsgroep bedrijfsartsen. Zie hier de uitslag van het onderzoek.
Verzuim: een probleem van alle tijden?
Verzuim leek jarenlang een onuitroeibare Nederlandse ziekte te zijn, totdat -na de introductie van de Wet Verbetering Poortwachter en de nieuwe Arbowet- het verzuim landelijk leek te stabiliseren rond 4%. Ten gevolge van een economische crisis verwacht men op grond van ervaringen uit het verleden nog sterkere dalingen in de verzuimpercentages door de angst voor dreigende werkloosheid.
Maar is dat ook de werkelijkheid?
Falke & Verbaan signaleert voor het eerst sinds 7 jaar organisaties met verzuimpercentages van 10% en hoger. Het gaat hier veelal om bedrijven in fusie of met reorganisatieproblemen, al dan niet ten gevolge van de crisis.
Daarnaast blijkt onderhoud van verzuimbeperkende maatregelen noodzakelijk. In tijden dat er bezuinigd wordt op opleidingsbudgetten is het verstandig om te realiseren dat verkeerde bezuinigingen ook averechts kunnen werken.
In krappe economische tijden kunnen bepaalde HR investeringen snel kosten reduceren doordat ze het verzuim op korte termijn kunnen beperken. In met name overheid en zorg zijn hierdoor relatief gemakkelijk voordelen te behalen waardoor extra bezuinigingen niet noodzakelijk zijn. Verzuimpercentages bij overheid en politie en in sommige sectoren van de zorg zijn nog dusdanig hoog dat hier prioriteiten zouden moeten liggen.
