Zorgbedrijven in eigen benchmark BoardRoom ZORG

Zorginstellingen die momenteel in zwaar weer verkeren, schrijven dat, kort gezegd, vooral toe aan externe factoren: de stelselwijziging op 1 januari 2015, gepaard gaand met onzekerheden en reductie in tarieven en volumes. De arbeidsintensieve zorgmarkt vertoont een meerjarige krimp, hetgeen de focus op personele en financiële aspecten nog urgenter maakt. Een groeiend aantal instellingen belandde in de rode cijfers, soms in combinatie met een kritische beoordeling van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) over de kwaliteit van zorg. Maar er zijn ook zorginstellingen met klinkende bedrijfsresultaten, nominaties als ‘beste werkgever’, een hoge waardering voor de kwaliteit van zorg, en soms zelfs al deze kwalificaties tegelijkertijd. Wat maakt het verschil? Welnu, een gezonde bedrijfsvoering vormt de belangrijkste randvoorwaarde voor goede zorg. Verzuim en arbeidsproductiviteit blijken in die bedrijfsvoering de meest invloedrijke indicatoren. Verzuim beïnvloedt namelijk de werksfeer en de bedrijfsresultaten en kan beide ‘verzieken’. De ‘bottomline’ (rentabiliteit) wordt echter vooral bepaald door arbeidsproductiviteit.

 

Verzuim
Verzuim In de verslaglegging wordt verzuim ook wel eufemistisch ‘arbeidsparticipatie’ genoemd. Ook spreekt men soms van ‘gezondheids-percentage’, als het omgekeerde van verzuim. Verzuimreductie staat overal hoog op de agenda met ‘duurzaam’ personeelsbeleid, vitaliteitsprogramma’s en medewerkertevredenheid. ‘Ziekte overkomt je, verzuim is een keuze’ zo valt regelmatig te lezen. Soms echter blijft het verzuimcijfer in de verslaglegging achterwege, of valt een hoog verzuim samen met de wisseling van een arbodienst. Bovenmatig verzuim wordt doorgaans toegeschreven aan langdurige zieken. Ook spreekt men enigszins schuldbewust van een te hoge werkdruk ten opzichte van wat conform de zorgzwaarte ingezet zou mogen worden. Dat een stijgend verzuim ook te maken kan hebben met andere organisatie- of sturingsproblemen blijkt maar weinig uit de jaarverslagen. In CURE (ziekenhuizen) werd in 2015 uitgegaan van een landelijk verzuimgemiddelde van 4,35%. In CARE is dit verder uit te splitsen en waren de scores als volgt: 5,23% voor de geestelijke gezondheidszorg, 5,5% in de gehandicaptenzorg en 6,06% voor verpleging, verzorging en thuiszorg. Deze getallen zijn overal hoger dan in 2014 en stijgend in 2016. Voor de kosten van verzuim bestaan diverse formules, zoals bijvoorbeeld een factor van twee keer de doorbetaalde salarissen, waarbij uiteraard de mate van vervanging en inhuur er sterk toe doet. Een ‘conservatieve’ berekening leert dat als in de gehele VVT-sector in 2015 het verzuim met 1% zou zijn gedaald, de rentabiliteit was verdubbeld.

 

Arbeidsproductiviteit
De arbeidsproductiviteit heeft een nog veel sterker effect op de bedrijfsresultaten dan verzuim. Zorginstellingen noteren in hun verslaglegging soms het aantal medewerkers in 2 decimalen achter de komma, maar geven merkwaardig genoeg nauwelijks blijk van het meten van arbeidsproductiviteit. Cijfers over declarabiliteit, reductie van overhead door uitbesteding of een specificatie van de ingezette werknemers in directe, cliëntgerelateerde functies ontbreken vaak of zijn weinigzeggend. In enkele gevallen worden de loonkosten en omzet per fte berekend (ook wel aangeduid als ‘arbeidsratio’ of ‘loonquote’), met als verklaring bij stijging: ‘ondanks bezuinigingen werd dit percentage in de hand gehouden door hogere inzet van directe uren zorg en projectkosten’. Om in dit artikel een vergelijkbare meeteenheid te kunnen hanteren, is steeds de Delta berekend, evenals in het artikel uit september 2014. Delta staat voor de toe- of afname in arbeidsproductiviteit door de relatieve groei in omzet per fte te delen op die van de personele kosten. In het bedrijfsleven is dit een gebruikelijke bedrijfseconomische maatstaf om na te kunnen gaan of de ontwikkeling in omzet, personele kosten en ingezette fte’s in balans is. Is de uitkomst hoger dan 1 dan stijgt de omzet per fte (‘kop’) sneller dan de kosten ervan. Is de uitkomst lager dan 1, dan is dit net andersom. Deze indicator vindt groeiend gehoor bij zorgbestuurders en andere partijen. Het is een eenvoudig toepasbare, uniforme sleutelindicator met (uiteraard) een sterke invloed op de ‘bottomline’ en ook als ‘early alert’ goed bruikbaar.

 

Bedrijfsmatig onderzoek
Dit artikel geeft een beeld van de meerjarige ontwikkelingen in de CURE- en CARE. Als ondergrens voor deelname aan de benchmark werd gekozen voor een omzet van 5 miljoen euro per instelling. Een kanttekening is het ‘gemengde’ karakter van sommige instellingen, rapportages die niet altijd foutloos en compleet waren, of ontbraken. Na de deadline van 1 juni 2016, misten er per 31 augustus nog verslagen van enkele ziekenhuizen en tientallen andere, ook grotere instellingen, afgezien van de uitstelregeling voor GGzinstellingen. Meestal blijkt late verschijning een voorbode van slecht nieuws. In CURE werden 75 ziekenhuizen onderzocht met een totale balanswaarde van, afgerond, 25 miljard euro, een omzet van 26 miljard euro en 190.000 fte’s. CARE omvat 473 organisaties met een balanswaarde van 23 miljard euro, een omzet van 27 miljard euro en 350.000 fte’s. Hoewel niet geheel volledig valt hiermee een representatief meerjarig en sectorvergelijkend beeld te schetsen.

Geplaatst in Actueel, Nieuws

FALKE & VERBAAN Effectieve organisaties sturen op gedrag

Wanneer u gebruikt maakt van deze site, accepteert u onze algemene voorwaarden en Cookie beleid. Teksten beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL | Copyright © 2000 - 2017