Toekomst Arbeidsgerelateerde Zorg: Tijd om kleur te bekennen

Symposium Arbeidsgerelateerde zorg

Verschillende opvattingen, gedeelde interesse in het werkveld
Hoort de arbeidsgerelateerde zorg nu tot de zakelijke dienstverlening of tot de zorg? Met die vraag organiseerden de KoM en Falke & Verbaan op 29 juli jl. een debat. Een volle zaal, levendige discussie, vijf betrokken debaters: een nuttige en aangename woensdagavond. Bij elektronische stemming aan het eind bleek twee derde van de aanwezigen ‘veel opgestoken te hebben’.

 

Hoe zat het ook al weer?
Minister Asscher had gesteld: bedrijfsartsen en hun werkgevers moeten zelf hun opleiding en richtlijnontwikkeling financieren, net als bijvoorbeeld advocaten en accountants. In januari interviewde Medisch Contact drie hoogleraren met een andere kijk: “.. als je indirect door de werkgever wordt betaald, wek je altijd de schijn van belangenverstrengeling,” zei toen Han Anema, bedrijfsarts en aan de VU hoogleraar bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde. Carel Hulshof, coördinator richtlijnontwikkeling bij de NVAB en bijzonder hoogleraar arbeids- en bedrijfsgeneeskunde in het AMC: “.. ik zou het niet onterecht vinden als een deel van de taken van de bedrijfsarts bekostigd wordt uit de Zvw. Een bedrijfsarts die iemand met een burn-out of psychische klachten weer aan het werk probeert te helpen, verleent zorg. Dat is geen zakelijke dienstverlening.” Het artikel bracht reuring, hun pleidooi stond dwars op de politieke keuze voor arbeidsgerelateerde zorg op de markt.

 

Nuances …
Hoogleraar Willem van Mechelen, toen ook geïnterviewd, was verhinderd de 29e, de twee anderen waren er en debatteerden met verve. Naar mijn indruk bleven ze – even genuanceerd – bij de standpunten van januari. Er zijn meerdere wegen naar Rome, een marktpositie van bedrijfsgezondheidszorg is niet alleen maar nadelig, ieder erkent de verzuimreductie door het huidige stelsel. Hulshof sprak herhaaldelijk over de wenselijkheid van experimenteren met alternatieven. Anema was iets scherper: de markt geeft een ongunstiger positie voor optimale beroepsuitoefening door de bedrijfsarts. Daardoor kwam preventie in de knel, afzonderlijke werkgevers investeren bijvoorbeeld nauwelijks in PMO’s.

Daarop werd gevraagd naar de bijdrage van de bedrijfsarts aan de preventie. Debater NVAB-voorzitter Jurriaan Penders toonde zich de gedreven én collegiale beroepsbeoefenaar. De bedrijfsarts heeft een unieke positie op het snijvlak van gezondheid en arbeid, en realiseert voor individuele en gezamenlijke werknemers gezondheidsbescherming en -bevordering door samenwerking met de andere arbodeskundigen.

Hoe meet je nou preventie? Wat is de ‘opbrengst’ van de bedrijfsarts? Dat zou ook afhankelijk zijn van de contekst: in het mkb zou een bedrijfsarts niet meer dan verzuimbestrijding kunnen realiseren. Debater Lars Scheurer, directeur van arbodienst Richting, zag dat als miskenning van de kracht van vertrouwen tussen werkgever en werknemer: het sterke punt van het mkb is het lage verzuim, dé indicator van succesvolle preventie. De goede arbeidsverhouding van werkgever en werknemer werkt – niet alleen in het mkb – voor succesvolle en duurzame arbeid. Hij duidde de beroepsgroep meermalen als ‘handelaren in vertrouwen en aandacht’. Dat is wat bedrijfsartsen bieden en bij hun klanten-bedrijven in de hand werken. Debater bedrijfsarts Dolf Algra onderstreepte dat, ook als antwoord op de vraag naar de toegevoegde waarde van de bedrijfsarts. Daar sloot bijna iedereen zich bij aan, maar .. Algra’s opvatting dat ‘business-to-business’ dan het beste model is, daar waren ook wel twijfels over.

… én stereotypen
Geen debat zonder debat over de aard van het debat: de aangeboden stellingen vonden diverse mensen te veelomvattend of innerlijk strijding. De vraagstelling ‘markt of zorg’ vonden sommigen te grof, er zijn op onderdelen oplossingen als een (2e jaars) verzekeringsplicht voor het mkb, preventiefondsen, collectieve financiering van PMO’s ….
Ik proefde onder meer overeenstemming: doorslaggevend is de toegevoegde waarde van arbeidsgerelateerde zorg voor werkgevers en werknemers, of je die nou contractpartner, klant of cliënt noemt. Ik zag eenstemmigheid: de issue van ‘afhankelijkheid’ van de bedrijfsarts is te veel opgeblazen, dubieuze bedrijfsgezondheidszorg als van ‘Verzuimreductie’ is een incident. De beroerde werkgevers, daar zou de Inspectie op af moeten, dat is geen reden om de arbodienstverlening anders te positioneren. Ik zag consensus dat de bedrijfsarts allereerst zelf de kwaliteit van z’n werk in de hand heeft. En ik zag meningen uiteenlopen bij het doordenken of de bedrijfsarts die professionaliteit het best kan waarmaken in de omgeving van zorg of markt …

 

Wordt vervolgd
Het DB van de KoM concludeert: we hebben in de roos geschoten, met Falke & Verbaan, door dit te organiseren. Kijk naar de grote én enthousiaste deelname. En zie vooral dat er, met eigenlijk dezelfde waarnemingen, stevige verschillen van inzicht bestaan over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg mét even stevige bereidheid daarover te spreken. We mogen trots zijn dat we – eigenlijk als enige – dit organiseren. We werken als KoM intensief aan voortdurende gedachtenwisseling. Dit voor kwaliteit-op-maat voor werkgevers en werknemers: met de nieuwsbrief, met informatie op LinkedIn en de site, en zeker met vervolgdebatten. Niet ieder voelt onze urgentie om kleur te bekennen, we zien wel inzet van ieder voor het werkveld.

Geplaatst in Actueel

FALKE & VERBAAN Effectieve organisaties sturen op gedrag

Wanneer u gebruikt maakt van deze site, accepteert u onze algemene voorwaarden en Cookie beleid. Teksten beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL | Copyright © 2000 - 2017