Sociaal-Cultureel Planbureau bevestigt verzuimdaling en noodzaak doorpakken

Verzuim en arbeidsongeschiktheid daalden de afgelopen tien jaar. Arbeidsdeelname van mensen met beperkingen ook. Het Sociaal-Cultureel Planbureau ziet veel tekenen van ‘survival of the fittest’ op de arbeidsmarkt. Dat roept zorgen op. Er zijn ook zegeningen te tellen!

De SCP publiceert om de paar jaar een “Trendrapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsdeelname van mensen met gezondheidsbeperkingen”. Het bundelt de vaak al bekende cijfers en legt verbanden, nu in het rapport van 12 oktober, “Beperkt in functie”. Het SCP staat voor gedegen veld- en literatuuronderzoek. Het bureau heeft impact bij beleidsmakers en geeft bijna uniek inzicht in trends. Verplichte stof dus voor overheid, werkgevers en werknemers, en de arbosector.

 

Structureel minder verzuim

Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen daalde van bijna een miljoen in 2002 naar ruim 800.000 eind 2015 (waaronder een kwart miljoen Wajongers). Belangrijk was de mindere instroom, door minder verzuim.

De arbosector  beroept zich op de bereikte verzuimreductie. Het Centraal Planbureau (CPB) erkende in 2005 de daling van “het structurele ziekteverzuim” ten opzichte van 10 tot 20 jaar eerder. Kerncijfers sindsdien zijn:

  • 2005 4,1%
  • 2014 3,7%
  • 2015 4,0%.

De crisis vanaf 2008 is voor velen verklaring voor de verzuimdaling tot en met 2014. Het CPB zag al decennia een macroverband: bij daling van de werkloosheid met 1 procentpunt een stijging van het verzuim met 0,25 procentpunt.

Het SCP bekeek dit voor 2007-2014. Twee jaar na de toename van werkloosheid begon vermindering van verzuim. Het verband blijkt vertraagd en minder sterk. Het bureau benadrukt dat verzuim een saldo is van meerdere ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het mindere werken door matig gezonde mensen/ minder deelname mensen met een beperking. De nadere analyse omvat echter ook het verzuim van werknemers die in het jaar voor de peiling zagen gebeuren hoe hun bedrijf of instelling inkromp met gedwongen ontslagen. Het verzuim van deze overlevers (woordkeuze van het SCP) was in 2012 tot en met 2014 minstens een half procentpunt hoger dan van mensen die dat niet meemaakten. Psychische belasting door zorgen over baanbehoud speelt daarbij een rol.

‘Werknemers kiezen vaker en langer voor verzuim bij hoogconjunctuur’. Die aloude opvatting geldt bij het verzuim de laatste tien jaar aanzienlijk minder. Het ligt in de verwachting dat de arbosector dit effect aan zich zelf toerekent maar het is waarschijnlijker dat dit effect niet los gezien kan worden van veranderde bedrijfscultuur en het samenspel met werkgevers en overheid.

 

Verzuim kan nog lager

Het verzuim verder verlagen blijft lonend, allereerst in organisaties en sectoren waar het sterk bovengemiddeld is. Goede verzuimaanpak bij flexwerk mag zelfs lucratief heten.

In het algemeen bevat het verzuim nog steeds enig effect vanuit conjunctuur. Tevens denkbaar  is dat mensen die aanvankelijk bang waren om te verzuimen alsnog kort of lang zullen gaan verzuimen. Verhoging van de pensioenleeftijd en (daardoor meer) chronische ziekten en handicaps  kunnen het verzuimrisico verhogen. Mogelijk is daarentegen óók dat baanzekerheid door economisch herstel verzuim zal kunnen verminderen.

Het SCP meldt dat het verzuim mogelijk al een bodem heeft bereikt. Het waagt zich niet aan een verwachting over het toekomstige verzuim. Ik ook niet. Ik belicht nog wel enkele gegevens die de arbosector en werkgevers zich moeten aantrekken:

  • Het opleidingsniveau/ werkniveau stijgt, in combinatie met meer regelmogelijkheden en vrijheid, dat dempt verzuim;
  • De eerdere inspanningen voor leeftijdsbewust personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid kunnen gaan renderen;
  • De komende generaties leidinggevenden en oudere werknemers zijn meer gewend aan eigen regie en eigen verantwoordelijkheid bij verzuim;
  • Werkgevers die grote reorganisaties en inkrimpingen weten te vermijden, genereren minder verzuim; ofwel: verdergaande digitalisering en strategische personeelsplanning in één hand lonen waarschijnlijk;
  • Indien we verzuim – niet de ziekte – definiëren in termen van gedrag en we er vanuit gaan dat gedrag beïnvloedbaar is, ligt het voor de hand om de aanpak van het verzuim vooral te focussen op de beïnvloeding van dit gedrag.

Het ouder worden van de werkenden kan het toekomstig ziekteverzuim doen stijgen. Arbosector en werkgevers kunnen de vergrijzing niet als excuus opvoeren. Ze hoeven het verzuim niet boven het huidig niveau te laten stijgen, verlaging is mogelijk, ook hierbij valt bij een gedragsmatige verzuimaanpak winst te behalen.

 

Ja maar?

In de reacties op het rapport overheersen zorgen over de gebrekkige arbeidsdeelname van mensen met een mindere gezondheid en/of een arbeidsbeperking. Beleid van werkgevers werkt dat in de hand. In een zogeheten vignettenstudie in 2012 liet het SCP een steekproef werkgevers herhaaldelijk diverse keuzes maken over aannemen en behouden van een werknemer bij willekeurig variërende kenmerken. Zo waren voorkeuren vast te stellen. De methode heet minder gevoelig voor sociaal wenselijke antwoorden dan vragenlijsten. Beslissingen over behoud van een werknemer hebben van doen met kenmerken als uitstekend functioneren en leeftijd, zo blijkt. Maar dat heeft bij werkgevers minder impact dan gezondheid en verzuimgedrag van de werknemer. Dit uitgaande van dezelfde human capital-kenmerken. Met alle gegevens op een rij stelt het SCP: “Op een flexibele arbeidsmarkt lijkt een situatie van survival of the fittest dus relatief sterk aanwezig.”

De zorgen zijn terecht. Het signaal is niet nieuw. ‘Werken is topsport’ is al een kwart eeuw een gangbare uitdrukking. De wetenschap geeft al sinds 2005 aanwijzingen over een veranderde toegang tot een vast dienstverband. De kans daarop was hoog voor wie vroeger beneden gemiddeld verzuimde in 6 of 12 maanden proeftijd. Nu vindt die selectie plaats in een langere periode met flexcontracten. De wet BeZaVa van 2013 is hier mede door gemotiveerd. Overheden en sociale partners zetten in op een meer inclusieve arbeidsmarkt. Daarin kunnen ook mensen met een beperking of anderszins kwetsbare positie hun talenten en capaciteiten naar vermogen inzetten.

Wat kunnen HR- en Arboadviseurs hiermee?  Aandacht stimuleren voor werkenden met een afstand tot de arbeidsmarkt behoort tot de kerntaken van beiden. De dialoog tussen werknemer en werkgever verbeteren. Versterkt inzetten op verzuimbegeleiding daar waar het verzuim risico hoog is bijvoorbeeld  bij bepaalde  flexkrachten. Dit met klanten-werkgevers. Die hebben uiteindelijk alleen maar belang bij het keren van de trend. Arbeidsgehandicapten blijken vaak trouwe werknemers, ervaren bijvoorbeeld werkgevers in het netwerk De Normaalste Zaak. Werknemers met flexibele contracten vertonen minder innovatief gedrag.

Het SCP ziet per saldo conjuncturele aspecten in de zorgwekkende arbeidsdeelname vanwege gezondheidsproblematiek. “Wanneer het economisch beter gaat, zal er vermoedelijk ook voor mensen met gezondheidsbeperkingen weer meer plek zijn op de arbeidsmarkt.”

 

Verzuimaanpak boven alles

Evenmin nieuw, maar scherper geanalyseerd, zijn de SCP-gegevens over de slechte kansen om vanuit WAO, WIA of WAJONG op de arbeidsmarkt (terug) te komen of meer te werken. Gemiddeld werden die cijfers ongunstiger. Dit mede door vergrijzing van die bestanden. (Jammer dat het bureau het laat bij die constatering, en niet dieper ingaat op de mensen die uit de fuik van de collectieve uitkering weten te ontsnappen.)

In het Haagse circuit spelen diverse discussies. Denk aan een mogelijke collectieve regeling voor midden- en kleinbedrijf wat betreft het tweede jaar loondoorbetaling bij ziekte. Het SCP-rapport bevat informatie voor de debatten. Het meest wezenlijke lijkt mij: gedragsmatige aanpak van verzuim is extra hard nodig tegen de valkuilen van herhaalde flexcontracten of arbeidsongeschiktheid. De arbosector en werkgevers hebben verzuim structureel in aanpak, en kunnen verzuim met eigen regie, ondanks de vergrijzing, verder verminderen. Uiteindelijk is het optimaliseren van de balans tussen werk en persoon – ofwel het verhogen van het werkplezier van de mensen – de sleutel tot blijvend succes.

 

Ton van Oostrum

Geplaatst in Actueel

FALKE & VERBAAN Effectieve organisaties sturen op gedrag

Wanneer u gebruikt maakt van deze site, accepteert u onze algemene voorwaarden en Cookie beleid. Teksten beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL | Copyright © 2000 - 2017