In gesprek met: Dianne van der Putte, directeur Immediator

Tessa Jans, consultant van Falke & Verbaan in gesprek met Dianne van der Putte, directeur van Immediator

Tessa: Hoe lang ben je nu al directeur van Immediator?
Dianne: Ik ben alweer 4 jaar directeur en sinds twee jaar ook aandeelhouder. Aanvankelijk kwam ik binnen als directeur ad interim om de toenmalige eigenaar Jan van Dissel te ondersteunen.

Tessa: Je werkte daarvoor als senior consultant bij Falke & Verbaan. Waarom ben je toen overgestapt?
Dianne: Bij Falke & Verbaan deed ik heel veel integrale verzuimprojecten en ik zag dat de inzet van bedrijfsartsen in het Eigen-Regiemodel veel synergie kon creëren. Vanuit mijn kennis en ervaring als consultant kon ik de directie van Immediator heel goed ondersteunen bij de implementatie. Op het moment dat de toenmalige eigenaar zich wilde terugtrekken heeft hij mij in overleg met de directie van Falke & Verbaan benaderd en gevraagd of ik hem zou willen opvolgen. Aldus geschiedde.
Tessa: Hoe heb je deze overstap in het begin ervaren?
Dianne: Best wel lastig. Er waren veel onderwerpen waar ik mee aan de slag wilde gaan, en bovendien wilde ik alle klanten en bedrijfsartsen persoonlijk leren kennen. Eerst heb ik de interne bedrijfsvoering verder gestroomlijnd en de administratie verder laten automatiseren. Daarna zijn we ons meer op de marketing gaan richten en sinds enige tijd beschik ik over een kleine maar effectieve staf.
Tessa: Hoe staat Immediator er voor, vandaag de dag?
Dianne: De bedrijfsvoering is op orde, we zijn financieel gezond, de targets worden gehaald, ons bestaande klantenbestand is stabiel en we krijgen er voortdurend nieuwe klanten bij. Vooral met de inzet van bedrijfsartsen in het Eigen-Regiemodel (ERM). daarnaast doen we ook veel damage control. Dat is het in kaart brengen en oplossen van langdurige verzuimdossiers. Ook bieden we ondersteuning bij ingewikkelde problematiek rondom WGA-beschikkingen en bezwaarzaken.
Tessa: Wat zijn de doelstellingen voor 2013 /2014?
Dianne: De komende tijd zijn marketing, kwaliteitszorg en borging speerpunten, hier investeren we ook in. We werken nu met ruim 100 bedrijfsartsen en zo’n 55 klanten, voornamelijk grote en middelgrote organisaties die gekozen hebben voor het ERM. Daarnaast doen we ook dossieronderzoek bij langdurig verzuim ten behoeve van Eigen Risico Drager (ERD)-klanten en ERD-verzekeraars. We werken met artsen die vooral als bedrijfsarts-adviseur actief zijn, maar ook een twintigtal bedrijfsartsen die verzekeringsgeneeskundige ervaring hebben en de moeilijke dossiers aanpakken. Daarnaast verzorgen onze artsen nascholing voor andere artsen.
Tessa: Dus jullie leiden ook concurrenten op?
Dianne: Dat zou je zo kunnen zeggen, maar zo zien we het niet. Wij werken primair voor bedrijven, we verspreiden onze kennis zoveel mogelijk. Het gaat om het resultaat voor het bedrijf.
Dat zie je ook bij Falke & Verbaan: zij adviseren bedrijven en arbodiensten en leiden bedrijfsartsen op. Als een bedrijf voor een arbodienst kiest op goede gronden dan moeten ze dat vooral doen. Daar is niets mis mee. Dat soort bedrijven zien we bij Immediator ook niet als onze primaire doelgroep. We werken bij damage control ook samen met arbodiensten. We hebben een zuivere formule, namelijk het aanbieden van bedrijfsarts-adviseurs voor bedrijven die kiezen voor ERM. Voor bedrijven die een andere inzet willen, zijn we geen partij. We zijn geen arbodienst, we maken goede arbozorg mogelijk en de regie ligt bij het bedrijf. We dringen bij onze klanten ook geen andere diensten op. Maar we adviseren bedrijven wel op verzoek bij het inrichten van de providerboog. Daarbij hanteren we het uitgangspunt: eerst kijken naar de bestaande relaties. Bedrijven waarderen die insteek enorm. Bedrijven die kiezen voor ERM willen koppelverkoop niet meer. Wij ook niet.
Tessa: Je hoort wel eens zeggen dat het ERM een utopie is. Wat vind je daarvan?
Dianne: Een utopie is het niet. Dat ondervinden wij dagelijks en daarom groeien wij ook. Het is wel zo dat veel bedrijven die zeggen het ERM te hanteren dat in werkelijkheid niet doen. Het wordt dan vaak rommelig, randvoorwaarden worden niet ingevuld en dan gaat het weleens mis. Volstrekt onnodig. Hierdoor krijgt het ERM een slechte naam.
Tessa: Hoe komt dat denk je?
Dianne: Veel bedrijven die kiezen of zeggen te kiezen voor het ERM hebben geen zuivere visie daarop en schakelen soms arbodienstverleners in die niet in het ERM gespecialiseerd zijn. Dan gaan er andere belangen spelen. Daarnaast zie je ook bedrijven die de gedragsmatige visie op verzuim niet geïmplementeerd hebben, maar wel de regie bij leidinggevenden leggen. Die leidinggevenden gaan dan vaak op de stoel van de bedrijfsarts zitten. Leidinggevenden in het medische model laten werken is onverantwoord, contraproductief en in strijd met de privacy-wetgeving.
Tessa: Je hoort wel eens roepen dat er meer toezicht moet komen op bedrijven en arbodienstverleners. Hoe zit dat?
Dianne: Door een aantal uitwassen bij arbodienstverleners en casemanagementbedrijven zoals dat vorig jaar door Zembla naar buiten is gebracht, is de indruk gewekt dat dit een gevolg is van doorgeschoten marktwerking. Maar dat is eigenlijk niet zo. Er zijn bedrijven, zowel gecertificeerde als niet gecertificeerde dienstverleners, die zich niet aan de regels houden. Dat is vrij makkelijk na te gaan. Maar je moet het kind niet met het badwater weggooien.
Het toezichtkader functioneert niet naar behoren. Maar met meer transparantie en een verplichte audit op de toepassing privacyregelgeving, zoals Falke & Verbaan dat bij sommige bedrijven en dienstverleners op verzoek al doet, zou wat mij betreft best verplicht gesteld mogen worden voor alle bedrijven en dienstverleners, of ze nu een arbocertificaat hebben of niet. Daarnaast zou ik graag zien dat er in de certificering meer aandacht komt voor kwaliteit en klanttevredenheid, in plaats van alleen het op papier in orde hebben van procedures.
Tessa: Zijn er ook bedrijven die het ERM niet moeten willen?
Dianne: Ja zeker! Bedrijven die de gedragsmatige visie op verzuim niet weten in te vullen en die een te grote span of control voor leidinggevenden hebben, hebben er soms moeite mee en zouden het ook niet moeten willen. En een bedrijf moet ook de wil hebben om intern een aantal randvoorwaarden voor het ERM op orde te brengen. Daarover adviseren we onze klanten overigens ook. Als ik merk dat een bedrijf niet klaar is voor het ERM, dan zeg ik dit ook tegen ze als ze me benaderen. Die bedrijven zijn meer gebaat bij een goede arbodienst.
Tessa: Hoe kijk je aan tegen de rol van de OR bij eigen regie?
Dianne: Daar heb je misschien wel een van de belangrijkste ingrediënten voor succes. Wij gaan uit van de randvoorwaarden van de maatwerkregeling van de Arbowet van 2005 die eist dat directie en OR overeenstemming moeten zien te bereiken over de wijze waarop interne en externe deskundigen worden ingezet. Dus wanneer zet je de bedrijfsarts en andere deskundigen in, maar ook: wat laat je de preventiemedewerkers doen. Wij vinden dan ook dat de OR vanaf het begin van de relatie met Immediator en eigenlijk ook daarvoor betrokken moet zijn bij de wijze waarop de dienstverlening wordt vormgegeven.
Tessa: Je hoort nogal wat geluiden dat bedrijfsartsen bij arbodiensten niet onafhankelijk genoeg zijn, hoe kijk je daar tegen aan?
Dianne: Dat is al een heel oude discussie die te maken heeft met de situatie in Nederland waarbij bedrijfsartsen werken in een duaal klantsysteem. Leidinggevende/het bedrijf en de werknemer zijn allemaal klanten van de bedrijfsarts. Het professioneel statuut van de bedrijfsarts biedt waarborging voor een zorgvuldige professionele uitvoering, maar wij gaan nog verder. Onze artsen zijn niet alleen bedrijfsarts, maar ook adviseur van de organisatie. We laten ze daarvoor bijscholen door Falke & Verbaan. Daarbij is een van de uitgangspunten van het ERM dat de bedrijfsarts geen uitspraak doet over wel of niet werken, maar over mogelijkheden en beperkingen. Leidinggevende en medewerker maken op basis hiervan afspraken over werkhervatting. Deze werkwijze maakt het ook makkelijker om de onafhankelijkheid te waarborgen. De professionele richtlijnen van de NVAB bieden verder volgens mij voldoende garantie dat bedrijfsartsen onafhankelijk acteren.
Tessa: Zijn er meer manieren waarop jullie de onafhankelijkheid borgen?
Dianne: Ja. Wij doen niet aan gedwongen winkelnering om extra inkomsten te genereren op gebied van tweedelijns verzuiminterventies en advies over arbeidsomstandigheden. We kennen ook geen provisieconstructies met parijen uit de providerboog. Sterker nog, dat willen we niet eens! Daarnaast werken we niet op verrichtingenbasis maar op uurbasis. We brengen alleen de werkelijk gewerkte uren in rekening! Dat is veel transparanter en wij willen te allen tijde voorkomen dat we aan omzetmaximalisatie gaan doen ten koste van de opdrachtgever.
Tessa: Minister Asscher heeft de SER om advies gevraagd over de toekomst van arbodienstverlening. Bedrijfsartsen doen te weinig aan preventie en de vrije toegang van de bedrijfsartsen is niet gegarandeerd volgens onderzoek van Astri en KPMG-Plexus.
Dianne: Ik denk dan toch: waar hebben we het nou helemaal over? Nederland staat er Europees en mogelijk zelfs mondiaal heel goed voor als het gaat om de hoogte van het verzuim, de arbeidsomstandigheden, de werknemerstevredenheid en de arbeidsproductiviteit. Voordat de privatisering van de Ziektewet in 1994 begon, hadden wij verzuimpercentages die de economie van Nederland zwaar op de proef stelden. We zien nu in ons omringende landen het verzuim sterk stijgen en de bedrijfsartsen in die landen houden zich alleen maar bezig met preventie en doen niet aan verzuimbegeleiding. Dus wat doen we nu eigenlijk niet goed in dit land? Ik vind preventie ook heel belangrijk, maar als we verzuim inmiddels zien als een gedragsfenomeen, en dat is eigenlijk geen discussiepunt meer, dan is preventie ten aanzien van arbeidsgerelateerde aandoeningen en daaraan gekoppelde gezondheidsschade weliswaar iets dat aandacht behoeft maar niet ons verzuimpercentage verder zal doen dalen. Het is zelfs de vraag of preventie in handen van de bedrijfsarts, in de zin van het voorkomen van gezondheidsschade, wel voldoende oplevert. Preventie is bovendien niet het exclusieve domein van de bedrijfsarts naar mijn mening. In die zin vind ik het KPMG-Plexus rapport wat input is voor de SER veel te veel gericht op de medische aspecten. Het woord verzuim komt in de adviesaanvraag ook niet voor. Ik vrees wel een beetje dat de SER en het kabinet onvoldoende oog hebben voor het gevaar van een nieuwe medicaliseringsgolf en dus ook kostenstijging. Dat lijkt me echt onwenselijk. Daarom adviseren bedrijfsartsen van Immediator voornamelijk over organisatieaspecten die invloed hebben op langdurig verzuim. Dat is ook een vorm van preventie die de organisatie vaak veel meer oplevert dan de zorg voor arbeidsomstandigheden, hoewel ik wil onderstrepen dat dit wel goed geregeld moet zijn! En nog even over die vrije toegang tot de bedrijfsarts: dat heeft Immediator met de klanten geregeld.
Tessa: Welke conclusie trek je hieruit?
Dianne: we doen het zo gek nog niet in dit land, laten we oppassen dat we dingen die goed gaan niet verprutsen. Maar, het mag best nog een graadje beter en ook wij gaan door met het uitrollen onze visie op kwaliteit en kosteneffectieve dienstverlening.
Tessa: Hoe gaan jullie dat dan aanpakken?
Dianne: Dat zal ik je vertellen. Drie jaar geleden zijn we al begonnen met een goed beveiligd electronisch medisch dossier (het IMmedisch dossier) voor onze artsen. Wij willen voorkomen dat onze artsen in systemen van klanten gaan werken wat betreft het medisch dossier. Voor het re-integratie dossier geldt dat overigens niet want daar horen geen medische en privacygevoelige gegevens in te worden opgenomen met uitzondering van de door de wet mogelijk gemaakte uitzonderingssituaties. Het medisch dossier blijft dus bij onze bedrijfsartsen. We organiseren al heel lang de nascholing voor onze bedrijfsartsen via onder andere de afdeling opleidingen van Falke & Verbaan maar ook daarbuiten. We organiseren intervisie en we zijn nu bezig met een systematiek te ontwikkelen van interne audits. Met de klant organiseren we evaluatiebijeenkomsten. Nieuwe klanten krijgen sinds vorig jaar ondersteuning bij het vertalen van de visie naar het eigen verzuimbegeleidingsproces door middel van de Immediator Toolkit. We kijken ook naar nieuwe mogelijkheden om verantwoord casemanagement door leidinggevenden te verbeteren. Binnenkort komen we met een nieuwe ICT-applicatie die voor bedrijven meer houvast biedt als het gaat om het duiden van beperkingen en mogelijkheden, en waarbij de medewerker zelf meer aan zet is. Meer ga ik daar nu nog niet oververtellen maar binnenkort gaan wij hier een aparte nieuwsbrief aan wijden samen met Falke & Verbaan. En natuurlijk doen we periodiek onderzoek naar de tevredenheid van onze klanten. Kortom, er is genoeg te doen!
Tessa: Zijn jullie wel eens klanten kwijt geraakt omdat men niet tevreden was?
Dianne: Eerlijk gezegd niet, daarmee wil ik niet zeggen dat er ook bij ons wel eens iets niet lekker loopt. Maar dat heeft dan te maken met een mismatch tussen management en onze bedrijfsarts, een soort onverenigbaarheid van karakters. Een persoonlijke klik blijft heel belangrijk. Door keuze aan te bieden tussen meerdere gekwalificeerde artsen kunnen we hier vrijwel altijd aan voldoen, maar een heel enkele keer blijkt die klik er later toch niet te zijn. In die gevallen is het vertrouwen in ons tot nu toe altijd zo goed geweest dat wij een andere arts hebben kunnen plaatsen. Overigens vinden wij het een normale zaak als een bedrijf om de 4 jaar een bedrijfsarts wil wisselen en bedrijfsartsen zelf willen dit vaak ook graag. Toch moet ik zeggen dat wij ook klanten hebben die al meer dan 5 jaar met dezelfde bedrijfsarts naar volle tevredenheid samenwerken.
Andersom is trouwens wel eens gebeurd. Het is in de afgelopen jaren een keer gebeurd dat ik zelf afscheid heb genomen van een klant. De oorzaak lag in het feit dat dit bedrijf een interne casemanager had die tussen leidinggevende en de bedrijfsarts stond en die andere opvattingen had met betrekking tot informatie-uitwisseling dan wij verantwoord vonden. We zijn toen in goed overleg uit elkaar gegaan.
Tessa: Hoe komen jullie eigenlijk aan zulke goede bedrijfsartsen?
Dianne:Veel ambitieuze bedrijfsartsen zijn de afgelopen jaren zzp-er geworden. Wij hebben een goede naam onder bedrijfsartsen, we hebben leuke klanten en we doen ook veel voor de artsen in de sfeer van facilitering en opleidingen maar ook op het sociale vlak. Wij vinden dat het werk bij ons leuk moet zijn, we betalen ze goed maar daar staat dan ook wat tegenover. Daarom weten ze ons te vinden. Maar we selecteren sterk aan de poort en letten op zowel vakinhoudelijke maar vooral ook op communicatieve eigenschappen die nodig zijn om als adviseur te kunnen werken. En de Masterclass “van bedrijfsarts tot adviseur” moet door onze bedrijfsartsen worden gevolgd!
Tessa: Mag ik je een persoonlijke vraag stellen?
Dianne: Dat hangt ervan af wat je wil vragen!
Tessa: Nou, je bent ook nog moeder van 3 jonge kinderen, hoe combineer je dat met deze veeleisende baan?
Dianne: Gek he, dat vragen ze nou nooit aan een man!! En het zijn ook altijd andere vrouwen die mij die vraag stellen. Maar ik zal je mijn antwoord geven. Het belangrijkste: mijn werk is uitdagend en interessant. De contacten met bedrijfsartsen, collega’s en klanten leveren me heel veel plezier op. Natuurlijk is de combinatie lang niet altijd makkelijk, het vergt een ijzeren discipline en een man die ook een steentje bijdraagt. Maar het is goed te managen. Ik prijs me wel gelukkig met collega’s die hier oog voor hebben. Zoals je weet maakt Immediator deel uit van de netwerkorganisatie van de Falke & Verbaan Groep. Daar werken hoofdzakelijk vrouwen, waarvan veel ook met een gezin. De organisatie is ingesteld op het bieden van kansen aan vrouwen die een carrière en een gezin willen, daarvoor is ook veel steun bij de overige aandeelhouders.
Tessa: Dat lijkt me een mooie afsluiting. Bedankt voor alle antwoorden!

Geplaatst in Actueel

FALKE & VERBAAN Effectieve organisaties sturen op gedrag

Wanneer u gebruikt maakt van deze site, accepteert u onze algemene voorwaarden en Cookie beleid. Teksten beschikbaar onder CC-BY-SA/GFDL | Copyright © 2000 - 2017